Oogstfeest

[:nl]De oogsttijd is een ernstige tijd. Er wordt niet gedanst – nog niet. Wel biedt het korenveld een panorama van volksgeloof en -vertellingen uit de oude doos. Zo waren de kollebloemen de ‘duivelsogen’ omdat zij als gloeiende ogen tussen het frisse koren glinsterden. De duivel had ze aangeraakt en zo ontstond de zwarte vlek in de bloemkroon.

Is de blauwe korenbloem niet van de duivel, toch staat zij in verband met een korengeest. Ze heet ook ‘korenpatersbloem’. De korenpater’ is een graangeest die kinderen vastgrijpt als ze bloemen willen aftrekken in het koren.

Bij het pikken werd een laatste bundel halmen op veld onverlet gelaten: de vruchtbaarheidsgeest werd op deze wijze behouden. Het snijden en inbinden van de laatste schoof was een cultushandeling en deze schoof werd – versierd – in optocht meegevoerd naar de boerderij. Van deze halmen – waarin de groeikrachtgeest huisde – moesten korrels vermengd worden met het zaaigraan in het volgend seizoen.

Nu werd de ‘mei’ door meiden en knechten op ’t laatste voer gestoken. Al het werkvolk zat op de laatste kar, zingend en roepend, opdat iedereen zou horen dat ze ‘den mei inhalen’.
Aan de hoeve staan boer en boerin te wachten. De ‘heuvepikker’ had het recht met de boerin rond te dansen en later kwam de traktatie = de ‘fooi’…

Meestal bakte de boerin pannenkoeken. Degene die de laatste slag doet met pik of zeis, die de laatste schoof bindt of oplaadt, die de laatste aardappelstruik uitsteekt, enz. moest het ontgelden en was vaak het voorwerp van allerlei fratsen. In de Kempen kreeg hij van de boerin een dikke pannenkoek met garen of verward vlas in gebakken.
In Limburg werd als ‘fooi’ een aanzienlijke hoeveelheid vlaaien opgediend… en niet zelden ook de buren op de fooi uitgenodigd.
In Oost-Vlaanderen noemde men zulke fooi de ‘oogstafspoeling’.

Het feest werd besloten met een algemene danspartij waarbij op sommige plaatsen ook gedanst werd met de laatste schoof, die dan, zoals bij de ‘polka-pak-af’ in de armen terecht kwam van degene die na het ‘afpakken’ zonder meisje bleef staan.

Het grote gemeenschappelijk, heidensreligieus Oogstfeest in de oudheid, ging verloren na de kerstening en er bleven slechts plaatselijke oogstmalen over met huiselijk karakter.
Gedachten aan het oude gemeenschappelijke maal zijn terug te vinden in het bakken van zeer grote oogstbroden met het meel van de nieuwe oogst.

Het Oogstfeest is een ontspanningspoos, waarbij men, zowel lichamelijk als geestelijk, nieuwe kracht verzamelt om aan een nieuw werk te beginnen.

[:en]This page is still in translation, sorry for the inconvenience !

[:]