Vasten en halfvasten

Als vele van onze folkloristische gebruiken afstammen uit het oude Germaanse heidendom, dan meende men voor Vastenavond een uitzondering te moeten maken en men verwees voor de herkomst naar Oud-Romeinse feesten. Ook dit is verkeerd, wat – al is het zo dat het vermomminggebruik uit Rome afkomstig is – dan staat het anderzijds buiten kijf dat het Vastenavondfeest in onze streken zeer eenvoudig te verklaren is als voorbereiding tot de lange vasten. Men wilde zich eerst nog eens te goed doen aan spijs en drank, wat dan ook nog een andere oorzaak heeft: het opsmullen van de bederfelijke voorraad die men tijdens de vastentijd niet kon eten. Bij eten hoort drinken en als ons volk feest viert, dan gebeurt zulks op uitbundige wijze!  De feestviering rond Vastenavond was echter lang niet zo eenvormig als we op het eerste gezicht zouden geloven. Ze was in eerste instantie een lentefeest waardoor ook andere vormen van viering dan verkleden en vermommen aan bod kwamen.

Dat blijkt al uit de viering in de huiskring: vooravond van de vasten was traditioneel pannenkoeken- of wafelendag. In sommige streken ligt de typering van het Vastenavondvieren in het onderhouden van eigen volksgebruiken, zo o.a. het gansrijden in de Antwerpse polder, het haanslaan in Brabant en Limburg. Daarbij ook nog de Vastenavondvuren, vooral in Oost-Vlaanderen. Naar dit gebruik heet de eerste zondag van de vasten in het land van Aalst “Fakkelzondag”: kinderen liepen met brandende fakkesl onder de bomen om veel fruit te doen groeien. De ‘Tonnekensbrand’ te Geraardsbergen doet nog terugdenken aan deze Vastenavondvuren.

Volkskundige tijdschriften uit vroegere jaren bevatten ook veel bedelliedjes, al of niet gezongen onder begeleiding van rommelpot, meestal door kinderen. Groepen volwassen trokken eveneens rond, soms met een echte ezel of met een houten ezelskop of paardenkop op een stok (huppelpaard).

Halfvasten dan vormt een korte onderbreking in de magere vastenperiode. In vele streken kreeg de viering van halfvasten een betekenis als slotfeest van de winter. Voor de jonge paren vooral was halfvasten een voorname dag. Immers, naar oud gebruik dat vooral in de Kempen in zwang bleef, mocht men tijdens de vasten niet verkeren… Men kon in de boetetijd slechts driemaal zijn bruid bezoeken, en dat heette dan:

op Vastenavond: ‘zijn lief in ’t zout leggen’
op halfvasten: zijn lief eens omkeren
met Pasen: ‘zijn lief uit ’t zout halen!’

Het moderne carnaval is nu gericht op het massale en spectaculaire, het lokale volksfeest is uitgegroeid tot een toeristische attractie waarbij we ons kunnen afvragen tot welke grens het commercieel belang kan samengaan met spontane feestvreugde…

2008 03 22 halfvasten brighton 149